playlist: Gaudeamus Highlight Selectie playlist

'Ik wilde iets creëren dat meer verbonden is met het alledaagse leven.'

Gaudeamus Award 2016 Genomineerde

James O’Callaghan

Hoe luisteren wij naar onze omgeving? Hoe luisteren wij naar muziek? En hoe kunnen deze vormen van luisteren elkaar beïnvloeden? Dit soort vragen hebben een centrale rol in het werk van de Canadese componist James O’Callaghan. Hoe kunnen we ontvankelijk zijn voor geluiden die we niet als muzikaal beschouwen?

O’Callaghan begon niet als muzikant of componist. Hij ging naar een interdisciplinaire school waar hij werd opgeleid in onder andere theater, visuele kunst en filmstudies. Zijn eerste stappen in muziek waren experimenten met elektronica. Daardoor raakte hij geïnteresseerd in geluid en volgde vakken in elektro-akoestische muziek. “Dat ging meer over het vormen van geluid met verschillende filters. Dat voelde goed, want ik was toen nog niet erg geënt op het maken van melodieën.”

Via een van zijn leraren, Barry Truax, leerde O’Callaghan de wereld van soundscapes, akoestische ecologie (de studie naar de auditieve relatie van mensen tot hun omgeving) en opgenomen geluid kennen. “Vanuit die achtergrond raakte ik geïnteresseerd in alledaagse geluiden, hun omgeving en hoe we daarmee omgaan. Ik wilde iets maken dat dichter bij onze alledaagse beleving lag. Dus ik probeerde manieren te bedenken om zulke geluiden na te maken en te bewerken voor akoestische instrumenten.”

Een andere draad in O’Callaghans muziek is het gebruik van gevonden objecten in een uitvoering. Neem pre-echo (after empties), daar gebruiken de muzikanten kleine schepjes en emmertjes gevuld met droge aarde.

Het doet denken aan Duchamps objet trouvé of readymade, hoe een object in een andere context een ander betekenis krijgt. Het is voor O’Callaghan een manier om anders na te denken over traditionele muzikale rituelen. “Als ik bijvoorbeeld naar een solo cello recital ga, dan zie ik het instrument op een gegeven moment niet meer als abstracte bezorger van een muzikaal concept maar plotseling zit er iemand op het podium met een vreemd gevormd houten ding.” Dit gaat voor hem ook over het sociale ritueel van luisteren naar een concert. “Als iemand met een snoeppapiertje ritselt, hoest of kraakt met een stoel, dan schakelen we heel gemakkelijk over en besluiten we dat het geen onderdeel is van de uitvoering. Ik ben erg geïnteresseerd in het spelen met en ontwrichten van deze grenzen.”

Foto © Anna van Kooij