playlist: Podcast Curious Ears Season 3 playlist Klik op het toestaan van cookies om de playlist te beluisteren

In-Situ/City: Matteo Gualandi

scroll down
back to overview
Spokende herinneringen - over Matteo Gualandi’s Archeology of Remembrance

In-Situ/City is een doorlopend project waarin de stad centraal staat, als voortdurend veranderende verzameling van historische, culturele, politieke en sociale betekenisgevers. Tijdens Gaudeamus 2022 kregen vier jonge makers(groepen) de opdracht om nieuw werk te maken dat op dit thema reflecteert, met een speciale focus op de relatie tussen mens en niet-mens. In vier artikelen duikt muziekjournalist en onderzoeker Joep Christenhusz dieper in hun werk en thema’s.

Stel je voor: in een donkere ruimte stijgt een wolk van hypnotische synthesizerklanken op uit een cirkel van luidsprekers. In het midden flakkert het beeldscherm van een oude kleurentelevisie. Sneeuw. Traag bewegende interferentiebanden. Soms maakt zich een beeld los uit de visuele noise: een meisje met haar moeder bij de waterkant, het rood van haar trui in verzadigde Super 8-kleuren. Even later een kussend paartje. De mode (grijs colbert, donkere mantel) doet andere tijden vermoeden.

Archeology of Remembrance heet de audiovisuele installatie die vanaf zaterdag 10 september te bezoeken is tijdens Gaudeamus. Het werk ontsproot aan het brein van de Italiaanse componist Matteo Gualandi (1995) die de afgelopen maanden overuren maakte in de online videocollectie van Het Utrechts Archief.

Gualandi: “Ze hebben daar een enorme verzameling Super-8-films die ze in de loop der jaren kregen toegestuurd. Veelal zijn het opnames van feestjes, uitstapjes en vakanties. Kortom, het leven van alledag in korte, stille fragmenten. Je zou het een collectief geheugen van de stad Utrecht kunnen noemen.”

Toch vervult Utrecht zelf geen pertinente hoofdrol in het videomateriaal, verduidelijkt Gualandi: “De beelden verwijzen slechts deels naar de stad. Sommige zijn meteen herkenbaar, maar herkenningspunten of historisch belangrijke momenten liet ik liever weg. In plaats daarvan heb ik willen focussen op de mensen zelf. Hun verleden, hun herinneringen staan centraal in de fragmenten.”

Het resultaat is een prikkelende dubbelzinnigheid, aldus Gualandi: “Hoewel de beelden vertrouwd zullen voelen voor inwoners van Utrecht, communiceren ze tegelijkertijd een universele boodschap. Ook mensen met een andere herkomst zullen de nostalgie voelen die deze beelden ademen.”

Nabije afstand
Nostalgie. Wie de term onderzoekt op zijn etymologische wortels, komt uit bij de Oudgriekse woorden nostos (terugkeer) en algos (pijn, droefheid). In letterlijke zin beschrijft nostalgie dus de pijn van het willen terugkeren naar wat achter ons ligt, ofwel een heimwee naar het verleden.

“Klopt”, beaamt Gualandi, “dat is inderdaad de meest gangbare definitie. Maar wat ik interessanter vind, is het mechanisme dat schuilgaat achter die hunkering naar vroeger. In de kern gaat nostalgie over het gelijktijdig ervaren van aanwezigheid en afwezigheid. Je kunt het object van je verlangen bijna aanraken, en toch ontglipt het je.”

De Argentijnse auteur Jorge Luis Borges schreef een mooi gedicht over die Tantaluskwelling, aldus Gualandi. In Nostalgie van het heden verzucht een man hoe graag hij bij zijn geliefde in IJsland zou willen zijn, om samen “het moment van nu te delen / zoals je muziek deelt”. De slotregels: “Op datzelfde moment / was de man bij haar in IJsland.”

“Precies dat is de kern van nostalgie”, zegt Gualandi. “Het is die bitterzoete ervaring van een nabijheid die tegelijkertijd een afstand is. Je ziet een foto of hoort een song uit je jeugd, waardoor het verleden in je herinnering even tastbaar wordt. Maar op hetzelfde moment ben je je pijnlijk bewust van het feit dat die tijd voor altijd buiten je bereik ligt. Voor mij gaat nostalgie dus niet zozeer over een mythische verheerlijking van vroeger, maar over een specifieke tijdservaring, waarin het verleden zowel heel dichtbij als heel ver weg voelt.”

Koerswijziging
Herinneringen. Nostalgie. De nabije afstand van het verleden. Je kunt je afvragen hoe Gualandi’s Archeology of remembrance zich precies verhoudt tot de centrale focus van het In-Situ/City-project, te weten: “de relatie tussen mens en niet-mens in een stedelijke context.”

Gualandi geeft toe dat hij gaandeweg zijn eigen accenten heeft gelegd. Dat wil zeggen: aanvankelijk kleurde hij keurig binnen de thematische lijntjes. Hij had ideeën voor een urban installatie in de buitenlucht, werktitel: Mirrors. Ergens in het centrum van Utrecht moest een kring van luidsprekers verrijzen waarin stadsgeluiden van mens en niet-mens zouden worden ‘vermuzikaliseerd’. Denk aan ronkende stadsbussen, rinkelende fietskettingen, klapwiekende duiven of het klotsende water in de grachten, maar dan door slimme elektronica in een samenhang van corresponderende toonhoogtes en ritmes geplaatst.

Maar toen bracht Gualandi zijn eerste bezoek aan Utrecht en eindigde zijn speurtocht naar een geschikte locatie niet op een stadsplein, maar in een achterzaaltje van culturele vrijhaven De Nijverheid. Gualandi: “Ik was meteen verliefd op die ruimte en besloot ter plekke om mijn werk voor Gaudeamus daar te realiseren. Ook, en dat fascineerde mij al langer, omdat een binnen-installatie de mogelijkheid biedt om met een langere spanningsboog te werken. Op straat is doorgaans veel afleiding en zijn mensen verwikkeld in hun alledaagse bezigheden. Je hebt hooguit een paar seconden om hun aandacht te vangen. Binnen heb ik de mogelijkheid om een ruimte te scheppen waarin ik het publiek ten volle kan onderdompelen in mijn werk.”

Met de locatie-switch veranderde ook Gualandi’s thematiek: de aanvankelijk beoogde buitenluchtelijke interactie tussen menselijke en meer-dan-menselijke geluiden maakte plaats voor een focus op onze  binnenwereld van herinneringen en nostalgische gevoelens. Toch?

Gualandi: “Ik weet niet of je het zo zwart-wit moet stellen. Op een bepaalde manier is het spanningsveld mens versus niet-mens nog steeds een belangrijk motief in Archeology of Remembrance, al heb ik het op mijn eigen manier geïnterpreteerd. Niet zozeer vanuit een ecologisch, maar vanuit een technologisch perspectief, want ook daar bestaat er een interessant dualisme tussen menselijke, fysieke presentie en technologische virtualiteit. Gevoelsmatig ervaren we technologie vaak als iets kouds en niet-menselijks, terwijl het welbeschouwd diep en emotioneel verbonden is met onze levenswijze. Bovendien is er in de context van fotografie en video nog iets anders aan de hand. Daar worden herinneringen die voorheen enkel in onze menselijke geest konden voortleven, geëxternaliseerd naar niet-menselijke objecten als een foto of een geluidsopname. Dat heeft bizarre consequenties. Bijvoorbeeld dat we personen, die in fysieke zin al lang niet meer onder ons zijn, nog steeds kunnen zien en horen. Het verleden werkt, via die technologische objecten, als een soort geestverschijning door in het heden.”

Hauntology
Het verleden dat ons blijft achtervolgen als een spook. De Franse filosoof Jacques Derrida muntte er een treffend neologisme voor in zijn boek Spectres of Marx (1993): hauntology. Hoewel Derrida in de eerste plaats verwees naar een politieke context (hij doelde op het feit dat aspecten van het marxisme maar bleven terugkeren in de maatschappelijke arena), resoneerde zijn concept ook met het toenmalige culturele klimaat.

We schrijven de late jaren tachtig, vroege jaren negentig. In de kunsten viert het postmodernisme hoogtij, een stroming die geldt als een reactie op het modernisme van de vroege twintigste eeuw en de naoorlogse jaren. Een van de punten waarop de postmoderne kunstenaar afwijkt van zijn modernistische voorganger is zijn historische sensibiliteit. Waar de modernist heilig geloofde in progressie als weg naar een utopische toekomst, daar blikt de postmodernist vooral terug. Vernieuwingsdrang legt het af tegen een heroriëntatie op het verleden dat, permanent toegankelijk dankzij nieuwe media, in postmoderne kunst onderhevig is aan een voortdurende recyclage.  Gualandi: “Ook hier is die nostalgische dubbelzinnigheid waarover we spraken werkzaam. De postmodernist beschouwt het verleden als een onderdeel van het heden, in het volle besef dat het nabij voelt en tegelijkertijd onbereikbaar is.”

Het laat zich raden waarom Derrida’s hauntology-concept in de loop der jaren is verbonden aan tal van postmoderne kunstuitingen. In het bijzonder aan het werk van Engelse elektronica-componisten als The Caretaker, Burial, Philip Jeck en releases van het eveneens Britse label Ghost Box Records (over een ‘spokend’ verleden gesproken). Wie op YouTube de proef op de som neemt, hoort muziek die in alle opzichten de geest van vervlogen tijden ademt. Neem The Caretaker’s debuutalbum Selected Memories From the Haunted Ballroom (1999), dat opent met een mist van tape-ruis en vinyl-kraakjes, waaruit een galmende, extreem vertraagde sample van een bigband-arrangement opdoemt. Het artwork van het album toont een foto van een jaren twintig cocktail-party: paartjes in galakostuum, de blazerssectie van het dansorkestje, een solerende trompettist, dat alles uitgelicht in een griezelig blauwfilter.

Denken we nu nog eens terug aan de preview van Gualandi’s Archeology of Remembrance: de echoënde synthesizers wolken, de verzadigde kleurstelling, de visuele noise-effecten. Is ook hier geen hauntology-esthetiek werkzaam?

‘Een nieuwe zorg’
Over hauntology gesproken: een interessante vraag is waar die postmoderne obsessie met vroeger eigenlijk uit voortvloeide. Gualandi zoekt de oorzaak niet zozeer in het verleden maar in de toekomst. Beter, in een haperend toekomstbeeld: “Als je in de recente cultuurgeschiedenis duikt, dan zie je dat het modernistische geloof in een voortdurende beweging naar de toekomst ergens in de jaren zestig en zeventig een climax beleeft. Daarna begint de westerse cultuur in toenemende mate op haar eigen verleden terug te vallen. Het is alsof we in die jaren plotseling beseften dat de idee van eeuwige vooruitgang een fictie was. Niet voor niets markeren de jaren zeventig ook de opkomst van de milieubewegingen, die duidelijk maakten dat de aarde zo’n ongebreidelde groei helemaal niet kan ondersteunen. In zekere zin zitten we nog steeds in die situatie. Onze toekomst is hoogst onzeker, al weten we wel dat ze naar alle waarschijnlijkheid nog veel meer ecologische rampspoed in petto heeft.”

Of Gualandi met Archeology of Remembrance op enigerlei wijze heeft willen refereren aan die ecologische realiteit? “Niet direct”, luidt het antwoord. Hoewel: “Misschien wel in de brede zin van het woord.” Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, refereert hij aan een citaat van de Duitse filosoof Martin Heidegger bij: “…mijn latere werk vereist een nieuwe zorg voor taal; geen uitvinding van nieuwe termen, maar een terugtocht in de oorspronkelijke inhoud van onze eigen voortdurend stervende greep op taal.”

Gualandi: “Soms heb je het geluk om op een uitspraak te stuiten die precies samenvat waar je naar zoekt. Laat ik er een paar dingen over zeggen. Om te beginnen is taal voor Heidegger een extreem breed begrip. Volgens hem denken en voelen we door taal, in zekere zin wordt de hele wereld gevormd door taal. Maar wat me in dit citaat het meest treft is de nadruk op zorg. Heidegger onderstreept dat we zorg moeten dragen voor de fragiliteit van de dingen die al zijn, en die we al hebben. In die zorgende houding ligt de sleutel tot een diepe ecologische sensibiliteit.”