playlist: Podcast Curious Ears Season 2 playlist Klik op het toestaan van cookies om de playlist te beluisteren

Genomineerde Gaudeamus Awards 2021

Annika Socolofsky

De Amerikaanse componist, zangeres en violist Annika Socolofsky (1990) paart spectralisme aan invloeden uit Schotse folk, Jiddische muziek en de muziek van Dolly Parton. Socolofsky is een van de vier genomineerden voor de Gaudeamus Award dit jaar, onze jaarlijke prijs voor jonge componisten. Haar werk wordt gespeeld tijdens verschillende concerten in het festival en ze schrijft een nieuw werk speciaal voor het festival. Aan het eind van de week wint een van de vier genomineerden de Award.

“Alles in dit interview zal uiteindelijk terugleiden naar Dolly Parton,” waarschuwt Socolofsky aan het begin van ons gesprek. Niet dat ze de countryzangeres uiteindelijk zo vaak noemt – en haar muziek klinkt in de verste verte niet als die van Parton – maar de zangtechnieken van de Queen of Nashville zijn een grote inspiratiebron voor Socolofsky: “Als je echt inzoomt op zelfs ook maar een enkele frase van haar, vind je allemaal wendingen en bochten en melismes en duiken en golven – o mijn god, haar golven! Boulez lijkt tam in vergelijking met haar en hoe gecontroleerd haar dynamiek is.”

Socolofsky is zelf ook een zangeres, wat ze pas halverwege haar opleiding als componist ontdekte. “Er was een situatie waarin ik een stuk had geschreven voor een andere zangeres maar zij had het op een gegeven moment te druk. Uiteindelijk moest ik het stuk uitgevoerd krijgen en mijn docent probeerde me over te halen om het zelf te zingen.” Ze bleef uitstellen tot er uiteindelijk geen andere oplossing meer mogelijk was – en ze bleek de ervaring geweldig te vinden. “Ik dacht: wow, ik moet dit altijd doen. Dit moet de manier worden waarop ik nu muziek maak.”

Haar eigen stem staat centraal in haar stuk Don’t Say A Word. Het stuk maakt deel uit van een cyclus van wat ze ‘feminist rager lullabies’ noemt, dat slaapliedjes voor kinderen probeert te herschrijven die vaak schadelijke, sexistische en achterhaalde tekstuele inhoud bevatten. Het stuk is een vrij vloeiende verkenning van de vele verschillende betekenissen en fraseringen van het woord ‘hush’: “‘Hush’ kan een heel geruststellend woord zijn: maak je geen zorgen, alles komt goed. Maar het kan ook mensen de mond smoeren en de kans ontnemen om te delen wat zij willen delen met de wereld.” De clou van het stuk is: “Hush now, baby, don’t say a word. Now it’s time for the women’s turn.” “Het speelt met het idee van stilte en mondood gemaakt worden. En het signaleert dat er nog steeds veel ruimte gemaakt moet worden voor vrouwen in deze wereld.”

 

Socolofskys muziek draait helemaal om emotie en communicatie en als zangeres en componist probeert ze gebruik te maken van wat ze ‘embodied knowledge’ noemt; de instinctieve benadering van muziek die vooral zangers hebben, aangezien ze hun lichaam gebruiken als instrument. Als een van de voornaamste inspiratiebronnen hierin noemt ze Donnacha Dennehys stuk voor de Ierse sean-nós zanger Iarla O’Lionaird, Grá agus Bás. Haar eigen muziek is net zo schatplichtig aan folkmuziek: ze speelt viool en heeft veel Schotse en Joodse folkmuziek bestudeerd. Ze combineert het melodische materiaal uit die muzikale werelden met een scherpe focus op microscopische details in klankkleur.

“Begrijp me goed, in principe hou ik heel veel van spectrale muziek. Maar waar ik echt van houd zijn componisten die dat soort gevoel voor detail in timbre en resonantie belichamen op een persoonlijke en directe manier. Grisey vind ik fascinerend op een abstract niveau, maar ik ben niet gek op zijn muziek. Ik word er niet helemaal opgewonden en duizelig van, snap je? Maar dat word ik wel van viool spelen en zingen. En van zoiets als Donnacha’s muziek.”